Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to english

Met de opkomst van het populisme kwamen ook de verklaringen waarom mensen zich hiertoe aangetrokken voelen. Een internationale studie in 15 Europese landen, uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en gefinancierd door EU Horizon 2020, legt nu de rol van negatieve emoties bloot. ‘Woede, minachting en angst zijn veel betere voorspellers van populistische opvattingen dan sociaaleconomische en sociaal-culturele factoren’, is de conclusie.

tekstballon die woede verbeeld

Populisme is al een tijdje in opkomst in Europa. Talrijke studies proberen dit te verklaren en ook de rol van emoties krijgt sinds kort tijd meer aandacht. Wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam brachten voor het eerst het relatieve belang van sociaaleconomische factoren, sociaal-culturele factoren én emotionele factoren tegelijkertijd in kaart in één studie in 15 Europese landen onder in totaal 8059 respondenten. Ze concluderen dat negatieve emoties de beste voorspellers voor populistische opvattingen zijn.  

Het relatieve belang van verschillende factoren

In hun studie keken de onderzoekers naar drie soorten verklarende factoren die doorgaans in verband worden gebracht met populistische voorkeuren, ten eerste sociaaleconomische factoren. Eerdere studies stellen dat economische onzekerheid of tegenspoed, bijvoorbeeld door werkloosheid of een laag inkomen, sterk samenhangen met een wantrouwen tegenover regering en elites en met steun aan rechtspopulistische partijen.

Een ander soort verklaring voor het ontwikkelen van populistische opvattingen die in de studie werd onderzocht, draait om de sociaal-culturele identiteit van mensen en de verbondenheid die zij met een bepaalde groep of land ervaren. Zodra mensen zich in hun culturele identiteit en waarden bedreigd voelen door nieuwe waarden, geloofssystemen of ideologieën, kan dit hun steun aan populistische partijen en beleid vergroten.

Tot slot werd in de studie gekeken naar negatieve emoties - woede, minachting en angst –als verklaring voor steun aan populisme. Woede over het niet halen van doelen of over bepaald gedrag of gebeurtenis veroorzaakt door een ander, minachting voor anderen die als schuldig en inferieur worden gezien en angst door gevoelens van bedreiging. 

Negatieve emoties blijken de beste voorspellers

Na grondige analyse van deze verschillende factoren die populistische voorkeuren mogelijk kunnen verklaren, concluderen de onderzoekers dat negatieve emoties veel betere voorspellers zijn dan sociaaleconomische- en sociaal-culturele factoren. Over het algemeen vinden ze geen significant verband tussen sociaaleconomische factoren en populistische opvattingen, behalve een zeer verwaarloosbare met onderwijs. Daarnaast vinden ze ook geen significant verband tussen sociaal-culturele factoren en populistische opvattingen. Het verband tussen woede, minachting en angst en populistische opvattingen blijkt wel relatief sterk. Het onderzoeksontwerp was gebaseerd op een structureel vergelijkingsmodel (SEM), terwijl een nieuw algoritme voor machine learning, Random Forest (RF), het belang van emoties in de verzamelde internationale dataset bevestigde.

‘Wij geven empirisch bewijs dat alle drie de negatieve emoties een belangrijke rol spelen bij het verklaren van populistische opvattingen. Deze emoties weerspiegelen waarschijnlijk de negatieve gevoelens van mensen over hun huidige sociaaleconomische of sociaal-culturele status,’ aldus de onderzoekers.

Publicatie details

David Abadi, Pere-Lluis Huguet Cabot, Jan Willem Duyvendak & Agneta Fischer (2021), ‘Socio-Economic or Emotional Predictors of Populist Attitudes across Europe’. De resultaten van dit onderzoek zijn al in te zien op PsyArXiv Preprints.

Het onderzoek werd gefinancierd binnen het EU H2020-project Democratic Efficacy and the Varieties of Populism in Europe (DEMOS) under H2020-EU.3.6.1.1. and H2020-EU.3.6.1.2. (grant agreement ID: 822590).