Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to english

Populisme, het woord valt vaak. Maar bedoelen we allemaal hetzelfde? Wat is het verschil tussen links- en rechtspopulisme? Is populisme goed of slecht voor de democratie? Hoe doen de populistische partijen het in de peilingen, zo midden in de crisis? En meer vragen aan onze populisme-expert Matthijs Rooduijn.

Het woord populisme valt vaak, bedoelen we allemaal hetzelfde?

‘Buiten de wetenschap wordt het begrip populisme heel anders gebruikt dan binnen de wetenschap. In het publieke debat is vaak onduidelijk wat er precies wordt bedoeld en betekent het eigenlijk allerlei verschillende dingen. Soms gaat het om demagogie, soms om opportunisme, simplisme of radicale ideologie.’

Matthijs Rooduijn
Copyright: FMG
In de ogen van de populist is de elite slecht, corrupt, luistert niet, en moet vervangen worden Matthijs Rooduijn

‘Binnen de wetenschap is er meer overeenstemming over wat populisme is. Het bestaat altijd uit verzet tegen de gevestigde elite en tegelijkertijd een nadruk op de wil van het volk. Die elite kan de politieke elite zijn, maar ook de culturele, economische of media-elite. In de ogen van de populist is deze elite slecht, corrupt, luistert niet, en moet daarom vervangen worden. De wil van het volk zou volgens populisten het uitgangspunt van alle politieke beslissingen moeten zijn.’

Zit populisme alleen op rechts, of ook op links?

‘Die ideologie van de slechte elite en het goede volk kan gecombineerd worden met rechtse en linkse politieke denkbeelden, maar we zien het vaak op de radicale flanken van links en rechts. Op welke flank het overheerst, hangt af van je blik. Kijken we naar Europa, dan zien we populisme vooral samengaan met radicaal rechts waar de populistische boodschap goed aansluit op de anti-immigratie retoriek van deze partijen. Maar in Latijns-Amerika zit populisme historisch vooral op links waar het goed samengaat met de boodschap het volk te verlossen van corruptie en economische onderdrukking.

Wat zijn de overeenkomsten tussen links- en rechtspopulisme?

‘Ideologisch verschillen links- en rechtspopulisme sterk van elkaar. Waar links koerst op inclusiviteit, draait de rechtse boodschap om het uitsluiten van minderheidsgroepen. Maar wat ze delen, is de boodschap dat het volk is verraden door een slechte elite. Bij links is dit meestal de politiek-economische elite, en bij rechts naast de politieke elite ook de culturele elite, zoals de wetenschap of de opera-minnende Amsterdamse Grachtengordel. We zien de laatste jaren wel dat de rechtspopulisten iets naar links opschuiven qua sociaaleconomische agenda.’

Wie zijn de achterban van populistische partijen?

‘Vaak hebben de kiezers van populistische partijen weinig vertrouwen in de politiek. Linkspopulistische kiezers verschillen wel sterk van rechtspopulistische in hun ideologische opvattingen over bijvoorbeeld immigratie en klimaat. We zien ook dat opleidingsniveau een negatief effect heeft op radicaal rechts, dus hoe lager opgeleid hoe meer mensen op radicaal rechts stemmen. Bij links wisselt dit sterk per partij, bij progressievere rood-groene partijen ligt het opleidingsniveau bijvoorbeeld hoger dan bij de conservatievere radicaal-linkse partijen met een communistische achtergrond.’

Welke partijen in Nederland zijn populistisch?

‘Het is nuttig om populisme ook als een mate van gradatie te zien. Dan zie je dat partijen door de tijd heen meer en minder populistisch kunnen zijn. In Nederland verschillen die gradaties sterk. Bovenaan staan de PVV en FvD, deze zijn het duidelijkst populistisch door de tijd heen. Daar komt nu ook JA21 bij. Op afstand wordt dit gevolgd door de SP die lastiger is te bestempelen als populistische partij, maar wel populistische oprispingen heeft. Het campagnefilmpje waarin ze PvdA-eurocommissaris Frans Timmermans op de hak namen is hiervan een voorbeeld. Naast de SP zien we soms ook populistische neigingen bij bijvoorbeeld 50Plus, maar die kun je niet echt populistisch noemen.’

Wat zijn de kansen voor een populistische partij om mee te regeren?

‘In de meeste Europese landen zijn er populistische partijen met regeringservaring. In Nederland zien we echter dat de grootste populistische partij, de PVV, zichzelf buitenspel heeft gezet – met name door de radicale uitspraken van Wilders. Dit geldt trouwens ook voor Baudet. Tegelijkertijd zien we dat zodra populistische partijen meeregeren ze meer dan gemiddeld kiezers verliezen. De populistische boodschap is natuurlijk lastig vol te houden als je zelf deel van het pluche wordt. Een gedoogconstructie, zoals destijds met de PVV, is voor zo’n partij vaak veel fijner.’

Is populisme goed of slecht voor de democratie?

‘Populisten benadrukken de wil van het volk. Een liberale democratie begrenst deze wil van het volk juist ook met zogenaamde checks en balances (denk bijvoorbeeld aan de Trias Politica) en minderheidsrechten om de belangen van minderheidsgroepen te beschermen. Populisme staat op gespannen voet met deze begrenzing en wil de stem aan de meerderheid geven, ten koste van die minderheden. Toch kan populisme, mits het niet te groot wordt, ook goed zijn voor de democratie. Het betrekt mensen bij de politiek en kan hun onvrede kanaliseren. Dit geldt vooral binnen een meerpartijenstelsel als het onze waar niet snel een enkele partij het voor het zeggen kan hebben. Maar als populistische partijen te groot worden en aan de stoelpoten van essentiële liberale instituties gaan zagen, zoals in Hongarije en Polen, loopt de democratie gevaar.’

Welke impact heeft de coronacrisis op populistische partijen?

‘Vlak na het uitbreken van de crisis zagen we dat de populistische partijen veel verloren in de peilingen. Het is een bekend fenomeen dat in een crisis de steun voor de zittende premier juist groeit. Ook ging het politieke en publieke debat alleen nog maar over corona en kregen populisten hun boodschap hier niet goed tussen. Toen we uit de eerste lockdown kwamen, zag je dat er meer ruimte voor kritiek ontstond en de steun voor populisten weer groeide. Ook gaat de populistische boodschap goed samen met de complottheorieën die in deze crisis voet aan de grond hebben gekregen.’

‘Het is niet ondenkbaar dat populistische partijen gaan groeien wanneer we de crisis uit zijn en de sociale- en economische ongelijkheid nog zichtbaarder en voelbaarder wordt. Maar op dit moment zitten we nog vol in lockdown en met nog maar een paar weken te gaan tot de verkiezingen is het waarschijnlijk te kort dag voor populisten om hier al hun voordeel van te doen.’

Dhr. dr. M. (Matthijs) Rooduijn

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programmagroep: Challenges to Democratic Representation

rood potlood dat vakje aanvinkt