Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to english

Vorig jaar adviseerde politicoloog Sarah de Lange, als lid van de Raad voor het Openbaar Bestuur, het parlement en de regering om de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen naar 16. Ze vertelt waarom het goed is 16- en 17-jarigen stemrecht te geven, en hoe de verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd bijdraagt aan de kwaliteit van onze democratie.

meisje houdt een spreekballon omhoog

Jongeren die vroeger stemmen, kun je beter begeleiden

‘In je adolescentie, zo tussen je 13e en je 18e, ontwikkel je democratische normen en waarden, en je belangrijkste politieke overtuigingen. Het is ook de periode in je leven waarin je politieke betrokkenheid wordt gevormd. Alleen heb je op deze leeftijd nog weinig mogelijkheden om deze betrokkenheid te laten zien, je mag immers nog niet stemmen. Uit onderzoek blijkt dat als je de kiesgerechtigde leeftijd verlaagt, het makkelijker is om deze betrokkenheid, bijvoorbeeld op school, te stimuleren.’

Verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd, kan ook in de toekomst tot een hogere opkomst bij verkiezingen leiden Sarah de Lange

‘ Jongeren doen dan ervaring op met politieke participatie in een fase in hun leven waarin ze te vormen zijn, en dit vergroot de kans dat jongeren daadwerkelijk gaan stemmen. Uit onderzoek weten we namelijk ook dat wie stemt wanneer hij of zij de eerste keer kiesgerechtigd is, later vaker naar de stembus gaat. Wanneer de opkomst onder jongeren stijgt door verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd, kan dit dus ook in de toekomst tot een hogere opkomst bij verkiezingen leiden. Dit is een belangrijk argument om 16- en 17-jarigen het recht te geven om te stemmen.’

‘Maar er is nog een reden om jongeren al op hun 16te laten stemmen. Jongeren en ouderen hebben tegenwoordig vaak verschillende opvattingen over politieke vraagstukken, maar doordat jongeren niet mogen stemmen worden hun standpunten onvoldoende vertegenwoordigd in de politiek. Verlaging van de kiesgerichtigde leeftijd kan die vertegenwoordiging verbeteren.’

Politieke ongelijkheid tussen hoger- en lager opgeleide jongeren aanpakken

‘Verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd biedt ook mogelijkheden om de politieke ongelijkheid tussen hoger- en lager opgeleide jongeren aan te pakken. Lager opgeleide jongeren stemmen nu minder vaak en hebben minder politiek zelfvertrouwen. Bij de laatste verkiezingen in 2017 stemde bijvoorbeeld 80% van de hoogopgeleide jongeren, versus 60% van de laagopgeleide. Dat is een groot verschil en erg zorgelijk.’

‘Laagopgeleide jongeren geloven in ons democratisch systeem, maar hebben niet het gevoel dat politiek voor hen is. Ze voelen hierdoor een grote afstand tot de politieke partijen en politici. Op de korte termijn haken ze hierdoor af en gaan ze niet stemmen bij verkiezingen. Op de lange termijn kan het afhaken ook tot politieke radicalisering leiden. Jongeren kunnen dan actief worden buiten de bandbreedte van de democratie, bijvoorbeeld op extremistische online platforms.’

‘Door deze jongeren al op hun 16e bij de politiek te betrekken, heb je veel meer vat op ze. Je betrekt ze bij het politieke proces op het moment dat hun democratische normen en waarden gevormd worden, en hun politiek zelfvertrouwen nog opgevijzeld kan worden. Bovendien zitten ze allemaal nog op school, waardoor je ze ook via het onderwijs kunt bereiken.’

Onderwijs speelt een belangrijke rol bij de politieke ontwikkeling

‘Het onderwijs speelt een belangrijke rol bij de politieke ontwikkeling van alle jongeren trouwens. Op je 18e, nu de leeftijd waarop je mag gaan stemmen, ben je eigenlijk het minst verankerd. Je bent vaak net aan een nieuwe onderwijsinstelling begonnen, gaat voor het eerst werken, krijgt nieuwe vriendengroepen, of gaat het huis uit. De band met alle instellingen en personen die belangrijk zijn voor je politieke socialisatie wordt losser. Maar op je 16e heb je nog leerplicht en ga je naar school, waar je via de verplichte vakken maatschappijleer kennis opdoet over over politiek, en je burgerschapsvaardigheden worden ontwikkeld. Daarmee leer je ook de waarde van jouw stem, en voel je je beter toegerust om te gaan stemmen.’

‘Behalve via onderwijs, zijn er natuurlijk ook andere manieren om jongeren meer bij de politiek te betrekken. Bijvoorbeeld door stembureaus op scholen te open en zo stemmen laagdrempelig te maken. Of door het inzetten van jongerenwerkers die jongeren, en zeker lager opgeleide jongeren, makkelijker kunnen bereiken.’

‘Tegelijkertijd zijn er maatregelen waarvan we het effect niet goed weten. Zo zijn er bijvoorbeeld gemeentes waar de burgemeester jongeren die voor de eerste keer mogen stemmen met een persoonlijke brief aanmoedigt om naar de stembus te gaan. Heel sympathiek, maar werkt het, gaan ze hierdoor sneller stemmen?’

Wat zijn de argumenten tegen het verlagen van de stemleeftijd?

‘Vaak wordt geroepen dat jongeren van 16 helemaal niet klaar zijn om te stemmen. Hun puberbrein zou hen veel te impulsief maken. Onderzoek laat zien dat pubers weliswaar enorm kunnen knallen met hun ouders, en emotioneel kunnen reageren op dingen die hen dwars zitten, maar dat dit soort impulsiviteit nauwelijks een rol speelt wanneer zij hun stem uitbrengen. Dan nemen ze zogenaamde ‘koude besluiten’, weloverwogen en vanuit de inhoud gedreven.’

‘Dat 16-jarigen op basis van inhoudelijke overwegingen stemmen, weten we bijvoorbeeld op basis van Oostenrijks onderzoek. Daar mogen 16- en 17-jarigen al sinds 2007 stemmen en de kwaliteit van hun stemmotivatie blijkt niet af te wijken van die van oudere stemmers. Ze laten zich in dezelfde mate leiden door de inhoudelijke standpunten van politieke partijen.’

Eerst moet de grondwet worden aangepast

‘De stemgerechtigde leeftijd aanpassen gaat niet zomaar, want deze is in de grondwet vastgelegd. Het voorstel van de Raad van Openbaar Bestuur is om de leeftijdseis uit de grondwet te halen en zo ruimte te geven aan experimenten op gemeentelijk niveau. Verschillende partijen steunen dit voorstel en hebben de verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd opgenomen in hun verkiezingsprogramma, zoals Groen Links, PvdA en D’66. Helaas is er nog geen politieke meerderheid voor ons voorstel, maar we zijn hoopvol dat deze er op termijn wel komt.’

Wat gaan jongeren die al mogen stemmen deze verkiezingen doen?

‘Jongeren die voor het eerst mogen stemmen zijn vaak geneigd om nieuwere partijen te steunen, ze staan simpelweg meer open voor het aanbod aan partijen dat er is dan oudere kiezers. Ook sluiten bepaalde partijen beter aan bij de maatschappelijke problemen waar jongeren zich zorgen over maken. Van welke thema’s jongeren wakker liggen wordt deels bepaald door hun opleidingsniveau. Partijen als DENK, Forum voor Democratie, en GroenLinks allemaal goed bij jongeren, maar uiteindelijk veranderen die thema’s per verkiezing, en is het dus moeilijk te zeggen wat jongeren gaan doen en waarom. Dat weten we op zijn vroegst pas in de zomer, nadat we dat goed hebben onderzocht.’

‘Deze verkiezingen worden überhaupt spannend, want welke impact gaat corona hebben? Kunnen we straks met z’n allen naar de stembus? Welke impact heeft de scholensluiting en het onlineonderwijs op jongeren, zeker als ze nu misschien geen maatschappijleer krijgen? We hebben geen idee of jongeren die nu voor de eerste keer mogen stemmen dat in dezelfde mate gaan doen als “normaal”.’

Onderzoek naar generatieverschillen

De Lange doet samen met collega politicoloog Wouter van der Brug en een groep PhD’s onderzoek naar het stemgedrag van jongere versus oudere generaties. ‘We weten al dat dit stemgedrag verschilt’, vertelt de Lange, ‘het is bijvoorbeeld niet verrassend dat jongeren meer op groene partijen stemmen. Maar zijn ook de factoren die het stemgedrag van jongeren beïnvloeden anders dan bij oudere stemmers? Onze hypothese is dat oudere generaties gesocialiseerd zijn in een tijd van maatschappelijke tegenstellingen waarbij achtergrondkenmerken als klasse en religie een belangrijke rol speelden, terwijl jongeren politiek volwassen worden in een tijdperk van polarisatie en sociaal-culturele tegenstellingen. Andere thema’s hebben daarom waarschijnlijk invloed op hun stemgedrag.’

Ouders beïnvloeden hun kinderen, maar verrassend genoeg worden ouders net zo goed door hun kinderen beïnvloed

‘De eerste resultaten van dit project, een deelonderzoek van onze PhD Linet Durmuşoğlu naar de dynamiek tussen ouders en hun kinderen, laten een verrassende uitkomst zien. Ouders worden in hun opvattingen en stemvoorkeuren net zo goed beïnvloed door hun kinderen, als de kinderen door hun ouders. We gaan nu kijken of dit samenhangt met hoe vaak ouders en hun kinderen thuis spreken over de politiek.’

Mw. prof. dr. S.L. (Sarah) de Lange

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programmagroep: Challenges to Democratic Representation