Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Ze zijn onmisbaar in de journalistiek, maar hun werk wordt vaak over het hoofd gezien: fixers, de lokale medewerkers die buitenlandse oorlogscorrespondenten bijstaan in hun werk. Sinds de uitbraak van covid-19 staan deze lokale contactpersonen, die sowieso al een kwetsbare positie hebben, onder extra druk. Dat concludeert mediawetenschapper Johana Kotisova in een paper dat ze onlangs presenteerde tijdens de conferentie Future of Journalism.

Johana Kotisova
Johana Kotisova

Van Oekraïne tot Afghanistan en de Gazastrook: overal waar buitenlandse verslaggevers zich in conflictgebieden begeven, zijn ze in grote mate afhankelijk van de hulp van fixers. Deze lokale medewerkers helpen bijvoorbeeld door te tolken of vertalen, onderdak en vervoer te regelen en contact te leggen met mogelijke bronnen. Hun kennis van de lokale cultuur en infrastructuur zijn voor buitenlandse correspondenten onmisbaar.

Toch wordt hun belangrijke werk vaak over het hoofd gezien, stelt Johana Kotisova, die de positie en emotionele belasting van fixers en stringers (lokale freelance-journalisten) onderzoekt. ‘Mensen hebben veel bewondering voor oorlogscorrespondenten, maar er is veel minder aandacht voor de lokale medewerkers die hen bijstaan. En dat terwijl zij een steeds belangrijkere rol spelen in de journalistiek.’

Gevaar en slinkende budgetten

In de afgelopen jaren is de journalistiek in conflictgebieden steeds zwaarder op lokale medewerkers gaan leunen. Door slinkende budgetten hebben mediaorganisaties steeds minder geld beschikbaar om correspondenten in het buitenland te stationeren, en bovendien is de veiligheidssituatie voor journalisten in veel gebieden verslechterd. Om toch over conflictgebieden te kunnen blijven berichten, maken buitenlandse media steeds meer gebruik van de diensten van lokale fixers en stringers.

Grote mediabedrijven besteden risicovol werk uit aan kwetsbare lokale medewerkers, die vaak slecht worden betaald.

Door corona is de rol van lokale medewerkers nog veel belangrijker geworden, stelt Kotisova in haar paper. ‘Vanwege reisbeperkingen konden veel buitenlandse journalisten zelf niet meer afreizen naar conflictgebieden en waren zij aangewezen op de verslagen van hun lokale contactpersonen. Veel fixers begonnen daardoor direct verslag uit te brengen en werden de facto zelf journalisten.’ Op redactioneel gebied heeft dit hen meer autonomie gegeven, zegt Kotisova. ‘Maar de pandemie heeft vooral een bestaand probleem verergerd: dat grote mediabedrijven risicovol werk uitbesteden aan kwetsbare lokale medewerkers, die vaak slecht worden betaald en op weinig bescherming kunnen rekenen.’

Fixers kunnen niet weg

Veel fixers en stringers krijgen – los van de pandemie – in hun werk te maken met bedreigingen en geweld, soms zelfs met de dood tot gevolg. Vaak worden ze bijvoorbeeld aangekeken op ongepast of ongevoelig gedrag van de buitenlandse correspondenten met wie ze samenwerken, vertelt Kotisova. ‘En anders dan hun buitenlandse collega’s kunnen lokale medewerkers niet uit een gebied vluchten door het vliegtuig te nemen naar hun thuisland, want daar bevinden ze zich al. Ze kunnen nergens naartoe. Een schrijnend voorbeeld hiervan is de huidige situatie in Afghanistan, waar tolken en fixers die met Nederlandse journalisten samenwerkten nu vastzitten en vrezen voor hun leven.’ De gevaren waaraan fixers en stringers blootstaan, zorgen voor een grote emotionele en mentale belasting. Bovendien hebben deze mediaprofessionals economisch gezien een kwetsbare positie, omdat ze freelance werken en niet in dienst zijn van een mediabedrijf.

Fixers kunnen niet vluchten naar hun thuisland, want daar zijn ze al. Een schrijnend voorbeeld is de situatie in Afghanistan, waar tolken en fixers nu vrezen voor hun leven.

Door de uitbraak van corona werden fixers en stringers nog zwaarder belast dan normaal, concludeert Kotisova. Ze interviewde onder meer fixers in Oekraïne en Israël/Palestina over de gevolgen van de pandemie voor hun werk en welzijn. Veel van hen gaven aan dat ze een heel scala aan extra taken op hun bord kregen, omdat ze het journalistieke werk van buitenlandse correspondenten moesten overnemen. Dat bracht extra druk en risico’s met zich mee. Daarnaast leidde de isolatie die voortvloeide uit de pandemie, in combinatie met het toch al onzekere freelance-bestaan, bij deze groep tot extra kwetsbaarheid.

Verzekeringen en psychologische hulp

Uit het onderzoek van Kotisova komt ook naar voren dat corona veranderingen in de internationale nieuwsgaring heeft versneld. Veel mediabedrijven en correspondenten zijn van plan ook na de pandemie intensief te blijven samenwerken met fixers en stringers in conflictgebieden. De onderzoeker wijst erop dat dit dan wel gepaard zou moeten gaan met een betere positie voor lokale medewerkers: ‘Nu mediabedrijven nauwer zijn gaan samenwerken met fixers en stringers, is het hun morele plicht om ook voor hen zorg te gaan dragen, in plaats van alleen voor hun “Westerse” medewerkers. Denk bijvoorbeeld aan bescherming en ondersteuning op het gebied van verzekeringen, trainingen en psychologische hulp.’

Over het onderzoeksproject

In haar project Fixers, Stringers, and Foreign Crews: The distribution of risks and emotions in crisis reporting onderzoekt Kotisova de samenwerking, emoties en machtsverhoudingen tussen verslaggevers, producenten, fixers en stringers die werken voor buitenlandse media in Israël/Palestina en Oekraïne. Het onderzoek is gebaseerd op diepte-interviews met fixers, stringers en buitenlandse correspondenten. Het doel van het project is het bewustzijn over de kwetsbaarheid en emotionele belasting van deze mediaprofessionals te vergroten, en bij te dragen aan een meer ethische journalistiek.

J. (Johana) Kotišová PhD

Faculteit der Geesteswetenschappen

Departement Mediastudies