Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

‘Wurkesto juster of wurktesto juster? Bist der hinne gien of giend of gong of gongen?’ Het Fries kent al sinds jaar en dag veel variatie in werkwoordsvervoegingen en uit recent onderzoek van taalkundige Anne Merkuur (UvA en Fryske Akademy) blijkt dat er bovendien nogal wat verandert. Maandag 18 oktober promoveert ze – volgens goed Fries gebruik in de Martinikerk te Franeker – op haar proefschrift getiteld Changes in Modern Frisian verbal inflection.

‘Voor taalkundigen als mij is het fascinerend hoe mensen schijnbaar ineens, en collectief, iets anders doen dan hun ouders, zonder dat iemand dat dirigeert. Onderzoek naar taalverandering kan ons veel leren over de fundamentele vraag hoe mensen taal leren en verwerken.’ Dat is ook wat het Fries volgens Merkuur tot zo’n mooie case study maakt. Alle sprekers zijn tweetalig en het Fries kent veel dialectvariatie en een complex werkwoordsysteem. Voor de meeste sprekers is het Fries bovendien vooral een gesproken taal. Mede daardoor heeft het een minder sterk ontwikkelde norm en spreekt het merendeel van de sprekers geen gestandaardiseerd ‘Geef’ Frysk, maar een eigen dialectale variant. Zoals elke andere taal verandert ook het Fries, des te meer vanwege deze tweetalige situatie vol dialectvariatie en een niet zo bekende norm.

Van generatie op generatie

In haar onderzoek heeft Merkuur veranderingen in kaart gebracht met behulp van twee questionnaires en ze vervolgens geanalyseerd met behulp van een theoretisch model over taalverwerking en -verwerving: het zogenaamde Tolerance Principle van de Amerikaanse professor Charles Yang. Het doel van het onderzoek was dus tweeledig: enerzijds meer praktisch in kaart brengen wát er nou precies verandert bij de werkwoorden en anderzijds meer fundamenteel proberen te verklaren waaróm deze veranderingen plaatsvinden.

‘Door een theoretisch model van taalverwerking en verwerving toe te passen op de Friese situatie heb ik kunnen laten zien hoe het Fries verandert wanneer het van generatie op generatie overgedragen wordt, doordat nieuwe leerders tot andere conclusies komen dan de generatie voor hen’, aldus de onderzoeker.

Fries geeft inzicht in hoe taal werkt

Al met al schetsen de recente ontwikkelingen besproken in het proefschrift een beeld van hoe de Friese werkwoordsvervoeging de afgelopen 100 jaar is veranderd. Naarmate de wereld kleiner werd, raakte het Fries minder geïsoleerd en veranderden vormen onder invloed van zowel dialectcontact als contact met het Nederlands. De invloed van het Nederlands bleek daarbij eerder indirect dan direct te zijn. Tezamen geven de onderzochte veranderingen een indruk van een voortstuwende dynamiek waarin variatie en verandering leiden tot variatie en verandering, enzovoorts. Deze dynamiek kan een blijvende bron van informatie zijn en een toetssteen vormen voor theorieën over taalverandering en taalcontact in het algemeen. ‘Zo kan het Fries ons prachtig inzicht geven in hoe taal werkt, want daarop is (gelukkig) nog lang geen eensluidend antwoord te geven.’

Promotiegegevens

Changes in Modern Frisian verbal inflection. Promotor is prof. Dr. A.P. Versloot (UvA). Copromotoren zijn dr. J. Don (UvA) en dr. E. Hoekstra (Fryske Akademy). De promotie vindt plaats op maandag 18 oktober om 14.00 uur in de Martinikerk in Franeker.