Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

De afgelopen tien jaar is er wereldwijd een cultuuromslag geweest in hoe er tegen straatintimidatie wordt aan gekeken. Terwijl vrouwen in de twintigste eeuw zowel in privé contexten als publieke debatten doorgaans verantwoordelijk werden gehouden – “ze had zich niet zo provocerend moeten kleden” of “ze had niet zo laat alleen naar buiten moeten gaan”, laat socioloog Mischa Dekker in zijn promotieonderzoek zien dat er sindsdien een opvallende verandering heeft plaatsgevonden. De lokale antwoorden om straatintimidatie aan te pakken blijken echter enorm uiteen te lopen.

Hoewel “blaming-the-victim” en het relativeren van gedragingen die we “straatintimidatie” noemen nog steeds vaak gebeurt in minder publieke contexten – bijvoorbeeld tijdens familie-etentjes of een-op-een gesprekken tussen wetshandhavers en slachtoffers die melding maken van intimidatie – worden dit soort opvattingen tegenwoordig fel bekritiseerd wanneer zij worden geuit in politieke debatten of in de media. Dit leidde vaak tot verontschuldiging door degenen die dit aanvankelijk geuit hadden. Dekker: ’Je zou dan ook verwachten dat partijen op alle vlakken van het politieke spectrum straatintimidatie als probleem zouden zien en het eens zouden zijn over het invoeren van beleid en het aanpakken ervan. Maar de politisering van straatintimidatie is echter verre van consensueel, zowel in Nederland als in Frankrijk was er weerstand tegen. Er was beduchtheid om te stigmatiseren en ook de angst in Frankrijk dat ‘galanterie’ verloren gaat’.

Campagne straatintimidatie gemeente Amsterdam
Campagne straatintimidatie gemeente Amsterdam

Aanpak van actoren

Promovendus Dekker sprak voor zijn onderzoek de voornaamste actoren in Nederland en Frankrijk betrokken bij dit publieke probleem: politici, beleidsmakers, activisten, onderzoekers en journalisten. Het resulteerde in 104 interviews; ongeveer 250 uur observatie van bijeenkomsten die zij organiseerden; analyse van 380 krantenartikelen en ongeveer 230 beleids-, activistische- en onderzoeksdocumenten. De focus in het onderzoek lag daarbij niet op de ervaringen van slachtoffers of daders, maar op die van actoren dit het probleem proberen aan te pakken.

Onhandigheid vs mannelijke dominantie

Dekker: ‘Beduchtheid voor het stigmatiseren van mannen met een migratieachtergrond had grote invloed op hoe beleidsmakers en voorlichters te werk gingen in hun pogingen om bewustwording te bewerkstelligen. Daarnaast was beduchtheid om te moraliseren heel groot in Nederland, genderongelijkheid en seksisme werd in Nederland als te moraliserend en ideologisch gezien’.

Nederlandse beleidsmakers en voorlichters hanteerden een positieve aanpak die gericht was op het verbeteren van interactiecompetenties. ‘Zo richt Qpido bij de voorlichting op Amsterdamse middelbare scholen zich vooral op onhandigheid in interactievaardigheden in plaats van de confrontatie op te zoeken’, legt Dekker uit. ‘Terwijl hun tegenhangers in Frankrijk straatintimidatie benaderden als een thema dat gaat over mannelijke dominantie en geweld tegen vrouwen. Daar heeft de aanpak een veel feministischere inslag’.

Feministische organisaties afwezig

Dat is het grote verschil tussen Nederland en Frankrijk stelt Dekker. ‘Feministische organisaties zijn in het debat over straatintimidatie relatief afwezig in Nederland. Het zijn vooral rechtse politieke partijen die domineren, en het initiatief over de aanpak ervan ligt bij rechtse partijen’. Het was ook op initiatief van rechtse partijen (Leefbaar Rotterdam en VVD) in Rotterdam en Amsterdam dat sissen, uitschelden en naroepen in 2017 strafbaar werd gesteld via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In 2019 verklaarde de rechter deze verordeningen echter onverbindend, aangezien volgens artikel 7 van de Grondwet de vrijheid van meningsuiting alleen op nationaal niveau ingeperkt kan worden. Maar strafbaarstelling krijgt landelijk geen voet aan de grond.

De afwezigheid van feminisme in het Nederlandse debat is ook terug te zien in de media. Tussen 2012 en 2018 werd in Franse kranten (Le Figaro, Le Monde, L’Humanité, en Le Parisien) meer dan 317 keer de term feminisme en 585 keer de term seksisme genoemd in relatie tot straatintimidatie. In Nederlandse kranten daarentegen (Telegraaf, NRC Handelsblad, Volkskrant, Parool, en AD) kwam het respectievelijk maar zes en negentien keer voor’.

Promovendus Mischa Dekker
Copyright: UvA
Straatintimidatie wordt in Nederland veel breder opgevat dan in Frankrijk. Het gaat ook om intimidatie richting LHBTQI+-personen of Joodse mensen. Er is in Nederland meer aandacht voor diversiteit. We praten vaak liever over personen in geweldsituaties in plaats van man/vrouw of dader/slachtoffer. Promovendus Mischa Dekker

Promotiegegevens

Mischa Dekker: De politisering van straatintimidatie: De opkomst van een publiek probleem in Nederland en Frankrijk. Promotoren zijn: prof. dr. W.G.J. Duyvendak en prof. dr. C. Lemieux.

Tijd en locatie

De promotie van Mischa Dekker vindt woensdag 12 mei om 14.00 uur plaats.