Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Dr. Bert-Jan van den Born (1973) is benoemd tot hoogleraar Etnische verschillen in de pathogenese van cardiovasculaire aandoeningen aan de Faculteit der Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam (UvA-Amsterdam UMC).

Bert-Jan van den Born (foto: Kirsten van Santen)
Bert-Jan van den Born (foto: Kirsten van Santen)

Van den Born is als internist gespecialiseerd in vasculaire geneeskunde. Hij wil veel meer aandacht voor de positieve kanten van onderzoek naar etnische verschillen in gezondheid: ‘Want als we weten waarom er verschillen zijn kunnen we veel betere behandelingen opzetten’, aldus Van den Born.

Eigenlijk staat niet de geneeskunde, maar de evolutiebiologie aan de basis van Van den Borns interesse. ‘Gezondheidsverschillen zijn soms evolutionair bepaald, en daarmee genetisch vastgelegd. Dat kan nuttig zijn, maar is soms niet meer ‘noodzakelijk’. Denk aan genen die ervoor zorgen dat je extra goed zout opneemt. Dat kan een voordeel zijn geweest wanneer een bevolking in heel droge gebieden woonde, maar kan in de huidige tijd leiden tot problemen met hoge bloeddruk’, vertelt Van den Born. Hij wil zijn leerstoel gebruiken om beter te snappen waarom gezondheidsproblemen onder bevolkingsgroepen verschillend zijn.

Ook in zijn eigen werk bij locatie AMC zag Van den Born verschillen in ziektebeelden bij diverse etnische groepen. ‘Sinds jaar en dag vielen mij de etnische verschillen in cardiovasculaire aandoeningen op. Ik promoveerde op onderzoek naar ernstige hypertensie (hoge bloeddruk) bij West-Afrikanen; dat kwam onder deze groep veel vaker voor dan bijvoorbeeld onder hindoestanen. Ik wil weten waarom.’

Maatschappelijke impact

Van den Born is zich bewust van de maatschappelijke impact van onderzoek naar etnische verschillen. De uitkomsten van dit type onderzoek worden vaak gekaapt in negatieve of oordelende discussies. Hij wil daarom een veel grotere nadruk leggen op de positieve kant. Dit doet hij al vele jaren als opleider van jonge artsen, door specifiek onderwijs te geven over diversiteit en gezondheidsverschillen. ‘Maar in de politiek en het publieke debat hebben we het er al een poos gewoon ‘niet’ over. Het is blijkbaar makkelijker om je niet aan dit onderwerp te branden. Terwijl kennis over diversiteit in de geneeskunde helpt bij betere behandeling, preventie en vroege opsporing. Wij hebben de plicht om te kijken naar waarom gezondheidsverschillen bestaan.’

Van den Born is betrokken bij de grootschalige Heliusstudie, waarin al jaren de gezondheidsverschillen onder bijna 25.000 Amsterdammers van diverse komaf bestudeerd worden.