Start onderzoek naar dijkgravers

16 januari 2018

Om meer inzicht te krijgen in het gedrag van muskusratten, beverratten en bevers wordt de aankomende twee jaar onderzoek gedaan door diverse waterschappen en kennisinstellingen in het project ‘Dijkgravers in beeld’. Statistisch ecoloog Emiel van Loon is vanuit het UvA instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem bij het onderzoek betrokken.

Graverij in oevers en waterkeringen door muskusratten, beverratten en in toenemende mate ook door bevers leidt in ons waterrijke Nederland tot aanzienlijke veiligheidsrisico’s, economische schade en structurele onderhoudskosten. Het vangen van muskus- en beverratten blijft noodzakelijk, maar meer inzicht in het gedrag van de dieren levert de mogelijkheid om ze sneller en gerichter op te sporen. Dit zorgt er uiteindelijk voor dat er minder vangmiddelen ingezet hoeven te worden, dat er minder kans op ongewilde bijvangst is en dat er minder dieren gedood hoeven te worden. Met een beter begrip van het gedrag en het terreingebruik van bevers wordt het opsporen van graafschade eenvoudiger en is het wellicht mogelijk om ze zodanig te ‘sturen’ dat schade aan waterkeringen kan worden voorkomen.

Zenders met gps

Om het gedrag van de dijkgravers beter in beeld te kunnen brengen worden zenders gebruikt die zijn uitgerust met gps-locatie en gedragssensoren. De kracht van dit onderzoek zit in de combinatie van wetenschap en de praktijk, waarbij studenten worden ingezet voor de uitvoering. De inzet van deze nieuwe technologie geeft antwoord op de praktijkvraag van waterschappen: hoe kunnen zij graafschade in kades en oevers voorkomen door te leren van het gedrag en het terreingebruik van muskusratten, beverratten en bevers in Nederland? De nieuwe technologie zal straks ook inzetbaar zijn voor het monitoren en bestuderen van andere fauna.

Emiel van Loon adviseert over de opzet van het experimentele werk van het zenderen en houdt zich bezig met vragen als: Hoeveel dieren moeten een zender krijgen?; Op welke plaatsen moeten ze gevangen worden?. Daarnaast is Van Loon verantwoordelijk voor de interpretatie van de bewegingsgegevens en het maken en valideren van bewegingsmodellen om bijvoorbeeld het ruimtegebruik voor de hele populatie te voorspellen.

Nieuwe sensortechnologie

Gegevens over verplaatsing – de zogeheten ‘trackinggegevens’- van dieren herbergen een schat aan informatie over gedrag en ecologie, maar het is erg moeilijk om dat potentieel te benutten. Dat komt, aldus van Loon, doordat deze systemen maar ten dele observeerbaar zijn waardoor tegenstijdige verklaringen (ecologische modellen) de trackinggegegens vaak even goed verklaren.  Daarnaast liggen er liggen diverse gevaren op de loer bij het analyseren, zoals allerlei onbedoelde effecten die gecreëerd worden bij het voorbewerken of selecteren van de trackinggegevens.

Emiel van Loon: ‘Door ontwikkelingen in sensortechnologie in combinatie met nieuwe modelleertechnieken komen oplossingen nu binnen handbereik. Ik vind het een uitdaging om trackinginformatie te benutten door betere maar vooral meer robuuste analysetechnieken. Het geeft veel voldoening om nieuwe inzichten te krijgen over gedrag van deze soorten en bestaande theorieën te toetsen over bijvoorbeeld ruimtegebruik, navigatie, geheugen en zoekgedrag. En in dit project zijn het ook de partners die het extra leuk maken. Het is een team met enorm veel kennis van zaken, die ook direct met uitkomsten aan de slag zullen gaan in het faunabeheer.’

Samenwerkingspartners

Het project ‘Dijkgravers in Beeld’ is mogelijk gemaakt door een subsidie van SIA-RAAK aan het  lectoraat Diergedrag, Diergezondheid en Dierenwelzijn van hogeschool Van Hall Larenstein. Naast deze hogeschool werken in het project de Unie van Waterschappen, de Waterschappen Hunze en Aa’s, Drents-Overijsselse Delta en Zuiderzeeland, Saxion Hogeschool en de marktpartijen Altenburg & Wymenga, SODAQ, International Wildlife Services en Sense for Innovation samen.

  • dhr. dr. ir. E.E. (Emiel) van Loon

    Assistant Professor


    E.E.vanLoon@uva.nl
    T: 0205257448

    Ga naar detailpagina

Bron: Van Hall Larenstein

Gepubliceerd door  Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica