Over de FGW

Ondernemingsraad

Gepubliceerd op 17 december 2004

Over de ondernemingsraad

Faculteit der Geesteswetenschappen

groepsfoto oktober 2009

voor het Bungehuis.

Welke rol heeft de OR?

De Ondernemingsraad (OR) geeft samen met de Facultaire Studentenraad (FSR) gestalte aan de medezeggenschap in de faculteit. Krachtens de wet op de ondernemingsraad dient ieder bedrijf en iedere instelling met meer dan 50 personeelsleden te beschikken over een ondernemingsraad. In de Faculteit der Geestes-wetenschappen, met meer dan 900 werknemers, bestaat de OR uit dertien leden, die ondersteund worden door een ambtelijk secretaris. Om de drie jaar worden er verkiezingen gehouden.  De OR-leden, afkomstig van twee vakbondslijsten (de VAWO en de ABVA/KABO) en soms van een zogenaamde 'vrije lijst'  (voor niet-vakbondsleden), vertegenwoordigen zowel het wetenschappelijk personeel als het ondersteunend personeel.

Verwijzingen

Website OR FGw

Rechten van de Ondernemingsraad

De Ondernemingsraad (evenals de FSR) heeft in de medezeggenschap twee instrumenten tot zijn beschikking: instemming en advies.
Voor besluiten  ten aanzien van het personeelsbeleid en voor belangrijke besluiten op het gebied van de organisatie moet de decaan instemming vragen aan de OR. Recente voorbeelden van besluitvoornemens waarbij de OR instemmingsrecht had zijn het OBP-plan, de invoering aan onze faculteit van het Universitaire Functie-ordeningssysteem (UFO) volgens de Hay methode en het promotiestelsel geweest. In deze gevallen is de OR akkoord gegaan met een gewijzigde regeling.
Voor belangrijke besluiten op andere gebieden is de decaan verplicht om de Ondernemingsraad om advies te vragen. Dit houdt in dat een besluit niet rechtsgeldig is voordat de OR in de gelegenheid is gesteld om advies uit te brengen. Typische voorbeelden van adviesplichtige besluitvoornemens zijn het ingevoerde Bachelor-Masterprogramma, de Onderwijs- en Examenregelingen (OER-en) en (korter geleden) de invoering van de GSH. Gezien het evidente belang voor studenten heeft de FSR in zaken betreffende het onderwijs veelal instemmingsrecht.
De OR  kan ook zelf het initiatief nemen om advies uit te brengen. Een voorbeeld is het advies over de werkdruk dat aan de decaan is aangeboden naar aanleiding van  de enquête werkdruk die de OR in 2008 heeft gehouden onder alle onderwijsgevende facultaire medewerkers.

Werkwijze van de Ondernemingsraad

De OR vergadert tijdens het academisch jaar tenminste eenmaal per twee weken. Tien maal per jaar zijn er overlegvergaderingen met de decaan, waarin de lopende besluitvoornemens en gang van zaken aan de faculteit worden besproken. Zowel de interne als de overlegvergaderingen zijn openbaar. Verslagen van de vergaderingen kunnen, zodra ze zijn goedgekeurd, worden geraadpleegd via de website van de OR, http://www.hum.uva.nl/or.
De standpunten van de OR worden voorbereid in vijf vaste commissies die de verschillende beleidsterreinen bestrijken. Binnen de vijf commissies zijn dossiers ingesteld, waarmee een aantal OR-leden zich in het bijzonder bezighoudt. Op deze manier worden belangrijke onderwerpen die de raad wil behandelen voorbereidt.

Aanspreekpunt

Op maandag, dinsdag en donderdag kunt u terecht voor vragen of het melden van klachten aan de OR op de kamer van de ambtelijk secretaris in het PC Hoofthuis (k. 611). Natuurlijk kunt u de voorzitter of elk individueel lid van de ondernemingsraad ook altijd telefonisch of via e-mail bereiken. (020 525 4697 of: N.P.deCasparis@uva.nl)

De Ondernemingsraad verdedigt de belangen van het personeel en van de universitaire “onderneming” als geheel. De OR weet ook in de meeste gevallen waar personeelsleden terechtkunnen met individuele vragen en problemen.

Faciliteitenregeling Medezeggenschap

Faciliteitenregeling Medezeggenschap Universiteit van Amsterdam 

Deze regeling is in onderling overleg tussen College van Bestuur en Centrale Ondernemingsraad vastgesteld op 3 november 2000.

De faciliteitenregeling medezeggenschap UvA is een regeling die van toepassing is voor werkzaamheden ten behoeve van de medezeggenschap in de diverse ondernemingsraden en in de Centrale Ondernemingsraad. Een bestuurder kan met de betreffende ondernemingsraad een afwijkende regeling vaststellen. Een regeling tussen bestuurder en ondernemingsraad kan geen inbreuk maken op hetgeen in de faciliteitenregeling medezeggenschap UvA voor COR leden is bepaald met betrekking tot hun werkzaamheden voor de Centrale Ondernemingsraad en het daarvoor benodigde tijdsbeslag.Een bestuurder is verantwoordelijk voor een goede toepassing van deze regeling of een daarvoor in de plaats gekomen andere regeling in zijn onderneming. Voor een aantal faciliteiten/voorzieningen geeft de WOR minimumbepalingen, met name op het gebied van overleg en scholing.

Reguliere tijdsbesteding.
Waar gesproken wordt van percentages van werktijd die raadsleden mogen besteden aan werkzaamheden ten behoeve van een raad, zijn dat percentages van een werkweek van 38 uur.Een OR-lid heeft aanspraak op 20%. Voor de leden van de COR komt daar 10% bij. Voor de voorzitter en de secretaris van de COR komt daar nog eens 15 % bovenop. Indien sprake is van een dagelijks bestuur, waarvan naast de voorzitter en de secretaris één of meer leden deel uitmaken, geldt in plaats daarvan een gezamenlijke werktijd van in totaal 3 x 15%. In dat geval dient de tijdsverdeling over de leden van het dagelijks bestuur tevoren schriftelijk gemeld te worden aan de bestuurder met wie de raad overleg voert.De opslagen voor de voorzitter en de secretaris van de COR dan wel een dagelijks bestuur gelden ook voor de OR.In het algemeen zal het tijdsbeslag voor het raadswerk voor OR en COR samen voor een personeelslid niet hoger zijn dan 45 %.

Tijdsbesteding scholing en vorming
Naast de tijd voor reguliere taken hebben de leden van de COR recht op ten hoogste 5 dagen per jaar voor scholing en vorming. Leden van vaste COR-commissies, die niet tegelijk lid zijn van de COR hebben recht op ten hoogste 3 dagen scholing en vorming. Leden die tegelijkertijd lid van de COR en een vaste commissie zijn, hebben recht op ten hoogste 8 dagen. Bekostiging geschiedt op declaratiebasis voor cursussen welke worden gesubsidieerd door het Gemeenschappelijk Begeleidingsinstituut Ondernemingsraden (GBIO). Indien aan andere cursussen wordt deelgenomen, geeft de raad hiervan tevoren kennis aan bestuurder, zoals dat ook geldt voor de raadpleging van deskundigen door de raad.

Compensatie
In overeenstemming met het huidige financieringsmodel worden de afdelingen en ondersteunende eenheden financieel gecompenseerd voor de tijd die hun personeelsleden voor medezeggenschap werkzaam zijn. Voor de werkzaamheden voor de COR geschiedt de compensatie door het College van Bestuur, voor de OR werkzaamheden door de betrokken bestuurder. De betreffende bedragen worden in de begroting opgenomen.Het is de bedoeling dat het personeelslid naast het lidmaatschap van OR en COR altijd ook andere taken blijft vervullen die tot zijn functie behoren. Het is mogelijk dat in bijzondere gevallen de omvang van de aanstelling zo gering is, dat hieraan door het tijdsbeslag dat het raadswerk legt, niet in redelijke mate voldaan kan worden. In individuele gevallen dient bezien te worden of daarin voorzien kan worden door een tijdelijke en beperkte uitbreiding van de aanstelling.

Uitvoering
Leden mogen geen belemmering ondervinden bij de uitoefening van hun raadswerk. Essentieel voor een goed functioneren van OR- en COR-leden, in de werkeenheid zowel als in de OR en COR, is het maken van heldere afspraken tussen de leden en de leiding van de betreffende werkeenheid. Bij de werkplanning en de beoordeling van het functioneren van deze medewerkers dient dan ook rekening gehouden te worden met het lidmaatschap van de OR en/of COR en met het tijdsbeslag dat dat legt. Het College van Bestuur zal de bestuurder met wie de desbetreffende OR overlegt, op de hoogte stellen van het tijdsbeslag van ieder COR-lid voor de werkzaamheden voor de Centrale Ondernemingsraad. De bestuurder communiceert met de werkeenheid.De vrijstelling van andere taken voor medezeggenschap wordt geregistreerd op een daartoe ontwikkeld formulier. Dit formulier wordt, in overleg met het personeelslid, ingevuld door de leidinggevende. Het formulier wordt door bestuurder en personeelslid getekend. Daarbij wordt aangegeven of en hoe de vervanging voor de niet uitgevoerde taken wordt geregeld. Indien het personeelslid het formulier slechts voor gezien tekent en derhalve de regeling met betrekking tot zijn werktijd niet accordeert, neemt de bestuurder overeenkomstig het in deze regeling bepaalde een besluit over de vrijstelling van taken van het betrokken personeelslid en over de vervanging.De budgetten voor onderwijs, onderzoek en beheer die door het vervullen van medezeggenschapstaken vrijvallen, zullen in de regel ingezet worden om de niet uitgevoerde taken door anderen te laten verrichten.Bij afloop van het lidmaatschap van een (centrale) ondernemingsraad overlegt de leidinggevende tijdig met het betrokken personeelslid over het hervatten van de taken op het terrein van onderwijs, onderzoek en/of ondersteuning. Uitgangspunt daarbij zijn, met inachtneming van organisatorische veranderingen die sindsdien zijn opgetreden, de taken zoals betrokkene voor de aanvang van zijn raadslidmaatschap vervulde. Nagegaan wordt of voor een adequate taakvervulling bijscholing noodzakelijk is.

Secretariaat
Aan de COR wordt door het College adequate secretariële ondersteuning ter beschikking gesteld. De omvang hiervan bedraagt 0,8 fte. Inschaling geschiedt op basis van een op te stellen functiebeschrijving die door het College van Bestuur in overeenstemming met de COR wordt vastgesteld. Indien sprake is van (gedeeltelijke) ondersteuning uit centrale formatie wordt de omvang navenant verminderd. Voor de ondernemingsraden wordt de omvang van de secretariële ondersteuning door de bestuurder vastgesteld in overeenstemming met de ondernemingsraad. Inschaling geschiedt op basis van een functiebeschrijving die eveneens door de betrokken bestuurder in overeenstemming met de ondernemingsraad wordt vastgesteld.Gelet op de aard van de werkzaamheden zal de waardering van de secretariële functie in de regel minimaal schaal 8 zijn.

Faciliteiten
Aan de COR wordt ter beschikking gesteld: · een ingerichte werkruimte waarin een medewerker of een lid zijn werkzaamheden kan verrichten, met telefoon, computer, netwerkverbinding en kantoorbenodigdheden; · een fotokopieer- en faxvoorziening; · gebruik van een vergaderruimte in de directe omgeving. Kosten die direct verband houden met het lidmaatschap, zoals b.v. reiskosten, kosten voor vakliteratuur, fotokopieën, postverzending, telecommunicatie, onvoorziene uitgaven, worden op declaratiebasis vergoed, tenzij in overleg tussen raad en bestuurder aan de (centrale) ondernemingsraad een budget ter beschikking is gesteld.Informatie aan leidinggevenden binnen de eenheid.
De bestuurder zal deze regeling en zonodig een afwijkende regeling waarover met de OR overeenstemming is bereikt, waar het gaat om het tijdsbeslag, scholing en vorming en compensatie, ter kennis brengen van degenen die leiding geven aan de eenheden waarvoor de OR is ingesteld.

Reglement  OR FGW

Reglement van de Ondernemingsraad van de
Faculteit der Geesteswetenschappen

I. Algemeen

Artikel 1
Dit reglement  regelt de Ondernemingsraad van de Faculteit der Geesteswetenschappen welke is ingesteld binnen de Universiteit van Amsterdam

Artikel 2
Dit reglement verstaat onder:
ondernemer:   de Universiteit van Amsterdam;
onderneming:   de Faculteit der Geesteswetenschappen;
bestuurder:   de decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen
wet:    de Wet op de Ondernemingsraden WOR;
bedrijfscommissie:  de krachtens de wet bevoegde bedrijfscommissie;
     de Algemene bedrijfscommissie
werknemersorganisaties: de verenigingen van werknemers bedoeld in artikel 9, lid 2, onder a, van de wet;
Model-Kiesreglement: het Model-Kiesreglement van de Universiteit van Am-sterdam 1997, vastgesteld door het College van Bestuur.


II. Samenstelling en zittingsduur

Artikel 3
1. De Ondernemingsraad bestaat uit 13 leden die worden gekozen door en uit de kiesgerech-tigden van de onderneming.
2. De Ondernemingsraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend (vice-) voorzitter.
3. De Ondernemingsraad benoemt, al dan niet uit zijn midden, een (ambtelijk) secretaris.
4. De voorzitter, de vice-voorzitter en een gekozen lid vormen samen het Dagelijks Bestuur van de Ondernemingsraad, met (daaraan al dan niet toegevoegd) de (ambtelijk) secretaris.
5. De voorzitter, of bij diens verhindering de plaatsvervangende voorzitter, vertegenwoordigt de Ondernemingsraad in rechte.

Artikel 4
1. De leden van de Ondernemingsraad treden om de 3 jaar tegelijk af.
2. De aftredende leden zijn terstond herkiesbaar.


III. De verkiezing van de leden van de Ondernemingsraad, actief en passief kies-recht, kandidaatstelling

Artikel 5
1. Op de verkiezing van de leden van de Ondernemingsraad is het Model-Kiesreglement van toepassing.
2. Voor de verkiezing van de leden van de Ondernemingsraad worden binnen de onderne-ming geen kiesdistricten en kiesgroepen onderscheiden
3. De organisatie van de verkiezing van de leden van de Ondernemingsraad geschiedt onder de verantwoordelijkheid van de Ondernemingsraad.
4. De Ondernemingsraad draagt de organisatie van de verkiezing op aan het Centraal Stem-bureau bedoeld in het Model-Kiesreglement.

Artikel 6
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 14 van het Model-Kiesreglement, inzake de termij-nen voor ambtshalve verbetering van het kiezersregister, zijn kiesgerechtigd de personen die ten tijde van de vaststelling van de kiesregisters in de onderneming werkzaam zijn.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 14 van het Model-Kiesreglement, inzake de termij-nen voor ambtshalve verbetering van het kiezersregister, en het bepaalde in Hoofdstuk IV van het Model-Kiesreglement, inzake de kandidaatstelling, zijn verkiesbaar tot lid van de Ondernemingsraad  de personen die ten tijde van de vaststelling van de kiesregisters in de onderneming werkzaam zijn. Dit lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in lid 3 aanhef en onder e.
3. Voor de toepassing van dit artikel worden personen geacht in de onderneming werkzaam te zijn:
a. indien zij in de onderneming werkzaam zijn uit hoofde van een publiekrechtelijke aan-stelling, dan wel uit hoofde van een met de ondernemer gesloten aanstelling;
b. indien zij in dienst zijn van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onder-zoek, of daarmee vergelijkbare organisaties, en werkzaam zijn in de onderneming;
c. indien zij in de onderneming werkzaam zijn krachtens een aanstelling op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening;
d. indien zij in dienst zijn van een andere onderneming dan de universiteit en met toe-stemming en onder het gezag van de ondernemer werkzaam zijn in de onderneming gedu-rende dan wel voor een periode van ten minste zes maanden;
e. indien zij op vrijwillige basis gedurende dan wel voor een periode van ten minste zes maanden structurele werkzaamheden verrichten voor de onderneming.
 

Artikel 7
1. De Ondernemingsraad bepaalt na overleg met de ondernemer de datum van de verkiezin-gen alsmede de tijdstippen van aanvang en einde van de stemming. De secretaris van de ondernemingsraad doet van een en ander mededeling aan de ondernemer, aan de in de on-derneming werkzame personen en aan de werknemersorganisaties. Tussen het doen van deze mededeling en de datum waarop de verkiezing wordt gehouden, liggen ten minste zes maanden.

Artikel 8
1. Een kandidatenlijst kan worden ingediend door:
 a. een werknemersorganisatie die tot een kiesdistrict behorende kiesgerechtigde
 personen onder haar leden telt, mits zij met haar leden in het kiesdistrict over de
 samenstelling van de kandidatenlijst overleg heeft gepleegd.
 b. een derde gedeelte of meer van diegenen van de in een kiesdistrict werkzame
kiesgerechtigde personen die geen lid zijn van een werknemersorganisatie welke een kandidatenlijst voor dat kiesdistrict heeft ingediend, echter met dien verstande dat voor het indienen van een kandidatenlijst met 30 handtekeningen kan worden volstaan.

2. De kandidaatstelling als bedoeld in het eerste lid onder a. vindt plaats ten minste 6 weken voor de stembusdatum. De kandidaatstelling als bedoeld in het eerste lid onder b. vindt plaats tenminste 3 weken voor de stembusdatum.

Artikel 9
De Ondernemingsraad beslist onverwijld op het bezwaar bedoeld in artikel 78, eerste en twee-de lid, van het Model-Kiesreglement en treft daarbij zo nodig de noodzakelijke voorzieningen.

Artikel 10
1. In geval van een tussentijdse vacature in de Ondernemingsraad wijst de Ondernemings-raad tot opvolger van het betrokken lid aan de kandidaat die blijkens de uitslag van de laatstgehouden verkiezing daarvoor als eerste in aanmerking komt.
2. De aanwijzing geschiedt binnen een maand na het ontstaan van de vacature.
3. Indien er geen opvolger als bedoeld in het eerste lid aanwezig is, kan in de vacature wor-den voorzien door het houden van een tussentijdse verkiezing, tenzij binnen 6 maanden een algemene verkiezing plaatsvindt.


IV. Werkwijze en secretariaat

Artikel 11

1. De voorzitter vertegenwoordigt de Ondernemingsraad buiten de vergaderingen inzake lopende of snel te behandelen zaken.
2. De Ondernemingsraad komt in vergadering bijeen in de navolgende gevallen:
 a. op verzoek van de voorzitter,
 b. op gemotiveerd verzoek van tenminste 3 leden.
3. De voorzitter bepaalt tijd en plaats van de vergadering. Een vergadering op verzoek van leden van de Ondernemingsraad wordt gehouden binnen 14 dagen nadat hun verzoek daar-toe bij de voorzitter is ingekomen.
4. De bijeenroeping geschiedt door de secretaris, door middel van een schriftelijke kennisge-ving aan de leden. De bijeenroeping geschiedt ten minste 7 dagen vóór de te houden ver-gadering, behoudens in spoedeisende gevallen.
5. Een vergadering kan slechts plaatsvinden indien de meerderheid van de leden van de On-dernemingsraad aanwezig is.
6. Bij ontstentenis van de voorzitter en van diens plaatsvervanger kiest de Ondernemingsraad uit de aanwezige leden een voorzitter voor de vergadering.
7. De vergaderingen zijn openbaar. Op verzoek van één van de leden kan de beraadslaging achter gesloten deuren plaatsvinden.

Artikel 12
De secretaris is verantwoordelijk voor het bijeenroepen van de Ondernemingsraad, het opma-ken van de agenda, het opstellen van het verslag van de vergadering, alsmede met het voeren van de briefwisseling en het beheren van de voor de Ondernemingsraad bestemde en van de Ondernemingsraad uitgaande stukken.

Artikel 13
1. De secretaris stelt in overleg met de voorzitter voor iedere vergadering de agenda op. Ieder lid van de Ondernemingsraad kan bij de secretaris een voorstel indienen voor plaatsing van een onderwerp op de agenda.
2. De secretaris maakt de agenda bekend aan de leden van de Ondernemingsraad, aan de on-dernemer en aan de in de onderneming werkzame personen. Behoudens spoedeisende ge-vallen geschiedt de bekendmaking ten minste 7 dagen vóór de vergadering van de Onder-nemingsraad.

Artikel 14
1. De Ondernemingsraad beslist bij gewone meerderheid van stemmen. Ter bepaling of aan dit voorschrift wordt voldaan tellen blanco stemmen niet mee.
2. Over zaken wordt mondeling en over personen wordt schriftelijk gestemd. Op verzoek van één van de leden kan ook in het eerste geval schriftelijk worden gestemd.
3. Indien bij een besluit met betrekking tot de benoeming van een persoon geen van de kan-didaten bij de eerste stemming de gewone meerderheid haalt, vindt herstemming plaats tussen de twee kandidaten die bij de eerste stemming de meeste stemmen kregen. Bij deze herstemming is diegene gekozen, die alsdan de meeste stemmen op zich heeft verenigd. Indien de stemmen staken beslist het lot.
4. Bij staking van stemmen over een voorstel tot een door de Ondernemingsraad te nemen besluit dat geen betrekking heeft op een te benoemen persoon, wordt dit voorstel op de eerstvolgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Indien dan wederom de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Artikel 15
1. Zo spoedig mogelijk na iedere vergadering van de Ondernemingsraad maakt de secretaris een verslag van die vergadering op en zendt het toe aan de leden van de Ondernemings-raad.
2. De secretaris maakt na het verstrijken van één week na de toezending het verslag bekend aan de ondernemer en aan de in de onderneming werkzame personen, tenzij binnen die termijn een lid van de Ondernemingsraad met redenen toegelichte bedenkingen heeft ge-maakt tegen de inhoud van het verslag.
Het aan de in de onderneming werkzame personen bekend te maken verslag bevat geen gegevens waaromtrent geheimhouding moet worden betracht ingevolge het bepaalde in ar-tikel 20 van de wet.
3. Indien een bezwaar als bedoeld in het vorige lid is gemaakt, maakt de secretaris het ver-slag eerst bekend nadat de Ondernemingsraad over het verslag heeft beslist.

Artikel 16
1. De secretaris maakt jaarlijks vóór 1 maart een verslag op van de werkzaamheden van de Ondernemingsraad en van de commissies in de raad in het afgelopen kalenderjaar. Dit ver-slag behoeft de goedkeuring van de Ondernemingsraad voor 1 april.
2. De secretaris maakt het jaarverslag zo spoedig mogelijk na de goedkeuring bekend aan de ondernemer en aan de in de onderneming werkzame personen, alsmede aan het bevoegde districtshoofd van de Arbeidsinspectie en de bedrijfscommissie.

V. Slotbepalingen

Artikel 17
1. Dit reglement kan worden gewijzigd en aangevuld bij besluit van de Ondernemingsraad.
2. Alvorens de wijziging of aanvulling vast te stellen, stelt de Ondernemingsraad de onder-nemer in de gelegenheid daarover zijn standpunt kenbaar te maken.
3. In de vergadering waarin wordt besloten het reglement te wijzigen of aan te vullen dienen ten minste tweederde van de leden van de Ondernemingsraad aanwezig te zijn. Een zoda-nig besluit behoeft ten minste een meerderheid van tweederde der uitgebrachte stemmen. Ter bepaling of aan dit voorschrift is voldaan tellen blanco stemmen niet mee.
4. De Ondernemingsraad verstrekt onverwijld een exemplaar van de wijziging of aanvulling aan de ondernemer en aan de bedrijfscommissie.

Artikel 18
1. In afwijking van artikel 17, vierde lid, geschiedt de vaststelling van het eerste reglement van de Ondernemingsraad bij gewone meerderheid van stemmen.


BIJLAGE: COMMISSIES

Artikel 1
1. De Ondernemingsraad, gelet op artikel 15 leden 1 en 2 van de Wet op de Ondernemings-raden, neemt het volgende besluit tot instelling van vaste commissies:

a. Onderzoek 
b. Onderwijs
c. Personeelsbeleid
d. Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu (VGWM)
e. Reglementen
f. Financiën

2. De commissies bestaan uit minimaal 3 leden, waarvan de meerderheid lid is van de On-dernemingsraad.

3. De commissies volgen de ontwikkelingen op hun aandachtsgebied en brengen daarover desgevraagd of uit eigen beweging advies uit aan de Ondernemingsraad.

Artikel 2
1. De leden van de commissie worden door de Ondernemingsraad benoemd voor een periode aanvangend op het tijdstip van benoeming en eindigend op het tijdstip waarop de zittings-termijn van de leden van de Ondernemingsraad afloopt.
 
2. De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris.

3. De commissie vergadert op verzoek van de voorzitter dan wel op verzoek van 2 leden van de commissie

4. Artikel 14 van het reglement van de Ondernemingsraad is van overeenkomstige toepas-sing. 

5. De secretaris van de commissie zorgt voor de verslagen en de correspondentie en beheert de relevante stukken van de commissie. De secretaris van de Ondernemingsraad verzorgt de administratieve afhandeling en de eindredactie van alle officiële stukken.

6. De leden van de commissie kunnen te allen tijde als zodanig ontslag nemen. Zij geven daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van de Ondernemingsraad.

Dagelijks bestuur van de Ondernemingsraad

 Leden DB: Jonneke  Bekkenkamp (voorzitter),  Margriet Muris, en Erik Laeven

Natacha de Casparis (ambtelijk secretaris)

adres secretariaat:
Spuistraat 134, 1012 VB Amsterdam
Telefoon: 020-525 4697
Fax: 020-525 3735
E-mail: or-fgw@uva.nl

Centrale Ondernemingsraad

afgevaardigden vanuit de OR: Jonneke Bekkenkamp en Yvonne Saal

Commissie Onderwijs & Onderzoek

Liesbeth Zack (voorzitter)
Matthijs Engelberts
Maithe Hulskamp
Erik Laeven
Jaap Maat
Arie Schippers
Suze van der Poll (extern lid)

taak/werkveld:
onderzoekorganisatie,  onderwijs- en examenregelingen, structuur van onderwijs, onderwijsorganisatie, onderwijsurennormering

Commissie Personeel & Organisatie

leden:

Jenny Stelleman (voorzitter)
Henk Danner
Maithe Hulskamp
Manon van der Laaken
Margriet Muris
Yvonne Saal

taak/werkveld:
HRM voor wp en obp, loopbaanbeleid, fulltime & parttime aanstellingen, functiewaardering, mobiliteit , formatie en organisatie-indeling

VGWM-commissie (= Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu)

leden: 
 Henk Danner (voorzitter), Jenny Stelleman 

taak/werkveld:
arbobeleid en -wetgeving, waaronder: RI&E's en plan van aanpak, ziekteverzuim, veiligheid, bedrijfshulpverlening en vluchtplannen, RSI/beeldschermwerk

Commissie Financiën

leden: 
Matthijs Engelberts (voorzitter), Jaap Maat

taak/werkveld:
bestuursconvenant, begroting- en bestedingsplan, investeringen

Commissie Communicatie

taak/werkveld:
interne communicatie binnen de OR en externe communicatie met de medewerkers van de faculteit;
het personeel informeren cq doorverwijzen naar contactpersonen of informatiebronnen en het registreren van vragen en problemen ter behartiging door de Ondernemingsraad.

Bron: Ondernemingsraad FGW
|