UvA stelt vijf vertrouwenspersonen Wetenschappelijke Integriteit aan

23 januari 2018

Het College van Bestuur heeft vijf nieuwe vertrouwenspersonen rond wetenschappelijke integriteit aangesteld. Elke UvA-campus (ACTA, AMC, Binnenstadcampus, Roeterseilandcampus en Science Park) heeft nu één vertrouwenspersoon. Prof. dr. em. Hanneke de Haes, tot voor kort vertrouwenspersoon voor de gehele UvA, zet haar werk als vertrouwenspersoon voort op de AMC-campus.

De vertrouwenspersoon Wetenschappelijke integriteit is voor UvA-medewerkers en studenten het aanspreekpunt voor vragen en klachten over wetenschappelijke integriteit.

Tot nog toe was er één vertrouwenspersoon aan de UvA. Besloten is om vanaf nu voor elke campus een aparte vertrouwenspersonen aan te stellen: prof. dr. Frans Grijzenhout (Binnenstadscampus, alfa), prof. dr. J.A.E.F. van Dongen (Science Park, bèta), prof. dr. em. A.M.B. de Groot (Roeterseilandcampus, gamma), prof. dr. J.C.J.M. de Haes (AMC, medisch) en prof. dr. C. van Loveren (ACTA). Dit biedt een aantal voordelen zoals een goede expertise  van de onderzoekspraktijk en het feit dat studenten en medewerkers uit verschillende vertrouwenspersonen kunnen kiezen. Daarnaast  werkt de fysieke nabijheid drempelverlagend.

Taken vertrouwenspersoon

Naast dat de vertrouwenspersoon Wetenschappelijke integriteit een aanspreekpunt is voor vragen en klachten over wetenschappelijke integriteit, zal deze bij klachten bemiddelen  of doorverwijzen naar de leidinggevende als het om een conflict in de relationele sfeer gaat. Daarnaast informeert de vertrouwenspersoon de (potentiële) klager over de procedure voor het indienen van een klacht bij de commissie wetenschappelijke integriteit (CWI).

Wetenschappelijke integriteit aan de UvA

De Universiteit van Amsterdam onderschrijft de principes uit de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening (VSNU 2004, versie 2014, wordt momenteel herzien). Onlangs heeft een werkgroep Wetenschappelijke integriteit - onder leiding van prof.dr. Frans Oort - een adviesrapport gepresenteerd aan het College van Bestuur en de decanen, waarin op vraagstukken van wetenschappelijke integriteit binnen de verschillende onderdelen van de wetenschapsbeoefening wordt ingegaan. Het rapport helpt faculteiten om er voor te zorgen dat hun beleid op die verschillende onderdelen de integere wetenschapsbeoefening bevordert.

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam